Kinderen zijn van onschatbare waarde. Onbetaalbaar.
Dat klopt natuurlijk… want onbetaalbaar kan het soms ook letterlijk een beetje voelen.
Een kind krijgen verandert veel. Je dagelijkse leven, je agenda, hoeveel je slaapt — en ook je financiën. Daarbij is het opvallende dat de kosten niet één keer veranderen. Iedere levensfase brengt weer andere uitgaven met zich mee.
Gelukkig hoef je niet precies te weten wat je kind over twaalf jaar gaat kosten om er nu al verstandig mee om te gaan. Een beetje vooruitkijken helpt enorm.
Hoeveel kost een kind gemiddeld?
Het Nibud kijkt bij de kosten van kinderen niet alleen naar een vast bedrag per maand, maar vooral naar het deel van het besteedbaar inkomen dat gezinnen gemiddeld aan kinderen besteden.
Voor een tweeoudergezin worden de volgende percentages als gemiddeld deel van het besteedbaar inkomen als richtlijn gebruikt:
- 1 kind: 15%
- 2 kinderen: 25%
- 3 kinderen: 29%
- 4 kinderen: 35%
Bij eenoudergezinnen ligt het aandeel gemiddeld hoger. Dat komt onder andere doordat veel vaste lasten door één ouder moeten worden gedragen. In de Nibud-cijfers die door de overheid zijn gebruikt, gaat het bijvoorbeeld om 23% bij één kind en 31% bij twee kinderen.
Dit zijn natuurlijk gemiddelden. Het ene gezin geeft veel uit aan kinderopvang, het andere nauwelijks. De één kiest voor dure sporten en vakanties, terwijl een ander juist veel tweedehands koopt. Ook inkomen, woonlasten en persoonlijke keuzes maken veel verschil. Maar de percentages laten wel iets belangrijks zien: kinderen hebben behoorlijk veel invloed op je huishoudbudget.
Welke uitgaven komen eraan? Van luiers naar laptops
En dan veranderen die uitgaven ook nog voortdurend:
- In het begin denk je aan de kinderwagen, een autostoeltje, babykamer, luiers en kinderopvang.
- Een paar jaar later zijn het zwemles, sport, kleding, schoenen, een fiets, kinderfeestjes en schoolactiviteiten.
- En voordat je het weet veranderen die kosten weer in een mobiele telefoon, laptop, schoolkamp, rijlessen, studie en misschien een kamer in een studentenstad.
Veel van die uitgaven zijn helemaal niet onverwacht. Je weet alleen nog niet precies wanneer ze komen en hoe hoog ze zullen zijn. Dat is een belangrijk verschil. Een kapotte wasmachine is onverwacht. Dat je kind ooit naar de middelbare school gaat en waarschijnlijk een laptop nodig heeft, is dat niet. Daar kun je dus op vooruitlopen.
Kijk niet alleen naar wat een kind kost
Bij financiële planning rondom kinderen gaat het bovendien om veel meer dan alleen de bonnetjes voor kleding, sport en school. Misschien gaat één van de ouders na de geboorte een dag minder werken. Dat geeft meer tijd thuis, maar meestal ook minder inkomen. Misschien maak je juist carrière en groeit je inkomen de komende jaren. Of je kiest heel bewust voor meer vrije tijd en accepteert dat daar financieel iets tegenover staat.
Er bestaat geen juiste keuze die voor ieder gezin hetzelfde is. Wat wel helpt, is om de gevolgen vooraf te bekijken.
- Hoeveel komt er iedere maand binnen?
- Wat verandert er als één van jullie minder gaat werken?
- Welke grotere uitgaven verwachten jullie de komende jaren?
- En hoeveel ruimte wil je daarnaast houden voor vakantie, wonen, pensioen en je eigen wensen?
Het Nibud heeft verschillende hulpmiddelen om zo'n huishoudbudget inzichtelijk te maken. Ook voor doelen op langere termijn, zoals de studie van een kind, zijn hulpmiddelen beschikbaar.
Hoe geef ik mijn kinderen een financieel zetje voor later?
Naast het betalen van alle dagelijkse kosten kun je natuurlijk ook vermogen opbouwen voor later. Niet omdat je verplicht bent om je kind op zijn achttiende een grote zak geld mee te geven. Maar een bedrag voor een studie, rijbewijs, woning of andere start in het zelfstandige leven kan behoorlijk helpen. En daarvoor hoeft het maandbedrag helemaal niet enorm te zijn.
Laten we eens rekenen:
Stel dat je vanaf de geboorte iedere maand €50 opzijzet. De berekening is eenvoudig: €50 × 12 maanden = €600 per jaar. €600 × 18 jaar = €10.800. En bij €100 per maand: €100 × 12 × 18 = €21.600. Alleen door consequent iedere maand iets apart te zetten.
Maar dat is niet realistisch. Je wilt immers ook rendement maken. Sparen is een optie, maar op dit moment is de inflatie hoger dan de rnetevrgoeding die je ontvangt. Je gaat er dus op achteruit. Dus laten we rekenen met rendement uit beleggingen.
Wat levert beleggen op?
Stel dat jouw inleg gemiddeld 4% rendement per jaar oplevert.
Bij €50 per maand ziet het voorbeeld er dan ongeveer zo uit:
- Eigen inleg over 18 jaar: €10.800
- Berekende eindwaarde bij gemiddeld 4% rendement: circa €15.832
Bij € 100 per maand:
- Eigen inleg: €21.600
- Berekende eindwaarde: circa €31.664
Dit rekenvoorbeeld gaat uit van maandelijkse inleg aan het begin van iedere maand en een gelijkmatig gemiddeld netto rendement van 4% per jaar. In werkelijkheid beweegt rendement op en neer. Je ziet meteen wat het voordeel is van vroeg beginnen: tijd doet een deel van het werk. Je hoeft daardoor niet vlak voor de achttiende verjaardag ineens duizenden euro's bij elkaar te zoeken.
Zet ik de beleggingen op naam van je kind of op je eigen naam?
Wie geld opbouwt voor een kind, doet er ook goed aan om even na te denken over op wiens naam dat vermogen komt te staan. Dat lijkt misschien een detail, maar kan later belangrijk worden.
Staat het geld op naam van het kind, dan krijgt het kind in beginsel zelf de beschikking over dat vermogen zodra het meerderjarig wordt. Spaar of beleg je op je eigen naam, dan houd je zelf meer controle over wanneer en waarvoor je het later beschikbaar stelt.
Daar kunnen ook fiscale gevolgen aan zitten, bijvoorbeeld wanneer je het vermogen later aan je kind schenkt. Het is daarom verstandig om niet alleen te kijken naar de hoogste spaarrente of het verwachte rendement, maar ook naar wat je uiteindelijk met het geld wilt bereiken.
Vooruitkijken betekent niet dat alles vast moet staan
Een financieel plan voor een gezin hoeft echt geen Excelbestand te zijn waarin al staat hoeveel je in 2041 aan het rijbewijs van je dochter gaat uitgeven. Zo werkt het leven niet.
Maar je kunt wel rekening houden met wat je ongeveer weet. Er komen grotere uitgaven aan. Je inkomen kan veranderen. Misschien wil je minder werken. Misschien wil je juist carrière maken. Je wilt waarschijnlijk zelf ook blijven sparen voor later.
Als je daar eens in de zoveel tijd naar kijkt, kun je onderweg bijsturen. En dan hoeft een schoolreis, studie of rijbewijs ineens niet meer zo'n financiële verrassing te zijn. Misschien is daarom één van de mooiste financiële cadeaus die je een kind kunt geven niet alleen een spaarrekening of beleggingspotje. Maar ouders die een paar jaar vooruitkijken.
Bronnen
De percentages voor de gemiddelde kosten van kinderen zijn gebaseerd op Nibud-cijfers. De Rijksoverheid gebruikt dezelfde Nibud-cijfers in de analyse van de financiële positie van gezinnen: 15%, 25%, 29% en 35% van het besteedbaar inkomen bij respectievelijk één tot vier kinderen in een tweeoudergezin.
Voor actuele huishoudbudgetten publiceert het Nibud jaarlijks het Budgethandboek 2026 en biedt het onder meer het Geldplan Rondkomen met kinderen, het Geldplan Studie (klein)kinderen en de BufferBerekenaar aan.
Over de auteur
Auke Gijsbertse is financieel adviseur bij Tijd voor Advies. Hij helpt particulieren en ondernemers bij financiële vragen over wonen, hypotheek, pensioen, lijfrente, vermogen, scheiden, erven en schenken. Zijn uitgangspunt is om ingewikkelde financiële en fiscale onderwerpen begrijpelijk te maken en daarbij ook te kijken naar aandachtspunten en mogelijkheden waar je zelf misschien niet direct aan denkt.
Wil je meer lezen van Auke Gijsbertse?
Kijk ook eens op zijn linkedln pagina: Auke Gijsbertse - Gecertificeerd Financieel Planner
Laatst gecontroleerd op 20-09-2026.